Een toenemend aantal christenen die hun Joodse wortels willen eren, houden zich in meer of mindere mate aan de sabbat, eten koosjer en vieren de bijbelse feesten. Wanneer de decembermaand op gang komt met de feestverlichting, de kerstbomen en de gebraden kalkoen, vieren de Joden Chanoeka. Ook veel christenen ontsteken in deze donkere decemberdagen de achtarmige chanoeka-kandelaar.
De oorsprong van Chanoeka begint in 169 voor Christus, toen de Syrische koning Antiochus Epiphanes moordend Jeruzalem binnentrok en een groot deel van de stad verwoestte. Hij plunderde de Tempel en richtte daar een heidens altaar op. De Makkabeeën kwamen hiertegen in opstand en na een paar jaar van strijd kon de Tempel opnieuw worden ingewijd. Voor deze herinwijding had men voor de tempelkandelaar echter heilige olie nodig. Volgens de overlevering konden de Joden slechts één kruikje bruikbare olie vinden, net genoeg om de kandelaar (menora) één dag te laten branden. Maar door een wonder brandde de menora acht dagen, precies lang genoeg om nieuwe heilige olie te maken. In Johannes 10:22-23 staat: ‘In Jeruzalem werd het feest van de tempelwijding gevierd; het was winter. Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo.’ Jezus was dus in de Tempel tijdens Chanoeka. Hij keek naar de heldere verlichting en zei: ‘Degene die Mij volgt zal niet in duisternis wandelen maar zal het licht des levens hebben’…

LEES DIT ARTIKEL VERDER IN CHARISMA MAGAZINE, DECEMBER 2020